Samen
Ik bladerde gisteren, voor ’t eerst sinds jaren, weer ’ns geconcentreerd door een stapeltje recente edities van onze reclame- en marketing-vakpers. Dat viel me niet mee.
Uit bijna alle verhalen en verhaaltjes, en meldinkjes van ditjes en van datjes, kringelde een onmiskenbare herfstgeur op. Van stilstand en achteruitgang, van verdeeldheid en deelbelang, van ego en eigenbelang. Van de gektes van gisteren en de waan van vandaag. Niet alleen aan de kant van de bureaus, óók aan de kant van de opdrachtgevers.
Zodat onze sector, die – van afstand bekeken – toch goed is voor talloze miljarden euro’s aan toegevoegde waarde en een stimulerend effect zou moeten hebben op onze economie, en de vernieuwing daarvan, in de praktijk en perceptie van alledag een non-entiteit is. Soms met succes vechtend tégen dingen die ons onwelgevallig zijn, maar zelden of nooit vóór iets. Soms succesvol een belangetje lobbyend in Den Haag of verdedigend tegen een andere brancheclub, maar haast nooit ’ns iets vernieuwend of innoverend.
De speelbal van jonge, ambitieuze kamerleden. Nummertje 24, zonder stip, op de lijst van meest innovatieve sectoren (pdf). Gedoemd te verdwijnen als de focus niet drastisch verlegd wordt naar integratie, generalisme en accountability (Winterberry Group, The State of the Agency: Market Transformation & the New Client Dynamic. July 2006; download).
Zouden we, nu onze belangetjes blijkbaar nog zozeer uiteenlopen, nou niet op z’n minst ’ns een nieuwe poging moeten doen om onze kennis te bundelen?
Deze column is ook verschenen in het decembernummer van Adforesult.

Ja Bob: omzien in verwondering. En soms helpt dan zelfs een lichtkuur tegen de najaarsdepressie niet.
Misschien is het goed als we, naast het slechten van de muurtjes, eens allerter omgaan met de maatschappelijke ontwikkelingen en discours en daar meer agendasettend aan deelnemen: zoals de thema's innovatie (wat je al ter sprake bracht), maar ook milieu (vgl Al Gore) en ethiek ( in de financiele sector van een doekje voor het bloeden naar nu een RvB aangelegenheid).
Ik doe mee,
Herbert